29 maart 2011

Belevenissen van een Frankrijkpionier (5): grondverzet vóór en ín de garage

In de tweede week besluit ik om de vrijstaande garage, die tegenover het huis ligt, aan te pakken. Afgelopen december, tijdens de opleverings-inspectie, had ik daar al enkele van mijn grote gereedschappen en bouwmachines neergezet. Dingen waar we in ons huis in Almere, dat intussen uitpuilt van de spullen (veel alvast aangeschaft èn van gulle donateurs gekregen voor Frankrijk!), voor de opslag geen raad meer mee wisten.
Maar onze twee meelooptractoren - oftewel kleine  grondverzetmachines  om mee te maaien, frezen, hakken enzo, die straks nodig zijn voor zowel weiland als moestuin - moeten eerst onze toekomstige woonkeuken uit, voordat ik daar weer verder kan met slopen. Dus verhuizen ze naar de garage zodra ik deze schoon heb. Gelukkig heb ik van logistiek wel een beetje camembert gegeten...

Eerst moet ik zien dat ik allebei de deuren in z'n geheel kan openen, maar dat blijkt helaas onmogelijk: door de jaren heen heeft een dikke laag aarde en onkruidmulch lekker op het oorspronkelijke gravelpad kunnen aangroeien tot zo'n 10 à 12 centimeter waardoor de deuren hier niet meer goed overheen schuiven. Er gaat nog slechts één deur tot halverwege open. Dat wordt dus eerst  grond verzetten  op het handje! Met schop, spade en kruiwagen heb ik na een tijdje de hele mulchlaag weg en begint mijn rug alweer een klein deuntje te zingen.


Eerst de deuren open krijgen...

...dus met scheppen en harken
en met wat sierstenen langs de kant...
is het voorlopig weer netjes èn begaanbaar.

Als ik vervolgens de deuren openzet, bekruipt me even een gevoel van moedeloosheid. In december was het met 7 graden onder nul en in het halfduister moeilijk in te schatten hoeveel rommel er werkelijk lag, maar bij deze aanblik in vol daglicht wordt het kleine deuntje een beetje een treurig deuntje...


Je zou er moedeloos...
...van kunnen worden...
...andermans verzamelwoede...
...en kastanjedrogerij(!)
op te moeten ruimen.

Enfin, als ik dan toch mijn (ene goeie!) schouder eronder zet, is de klus gelukkig weer in een dag geklaard en heb ik een groot aantal kruiwagens met troep, bladeren, aarde en vooral ook heel veel roestige blikken onschadelijk gemaakt. Dat laatste geldt niet voor de vele steenspinnen, zo groot als tarantula's, die de garage als hun thuisbasis beschouwden; die maken zich op mijn aandringen uit eigen beweging uit de luciferhoutjes dikke poten (zie ook: (2) beestenboel of een boel beesten?).
En tussen alle zooi vind ik dan ook nog een paar blikken spulletjes die wèl goed genoeg zijn voor een... garagesale !



Met mijn blik (of een paar)
op de kruiwagen gericht.
Brocante-waardig.

Ook de twee grote olievaten bewaar ik wel; het is altijd goed om een kleine brandstofvoorraad te kunnen aanleggen voor alle benzine- en diesel aangedreven machines en gereedschappen die we intussen hebben.



En anders zijn ze goed als
barbecue te gebruiken.
Nee, vergeet het! Er wordt géén keteltjesmuziek gemaakt!

Uiteindelijk ziet het er allemaal zeer opgeruimd uit en zo voel ik mij zelf op dat moment ook.


Opgeruimd en aangeveegd...


...en na het verzetten
van wat grond...

...is er nu voldoende plaats voor zaagtafel, bouwstempels, ...


...grondverzetmachines
en nog veel meer.

Wat me vervolgens vlak voor de schemer in mijn tuinstoel doet belanden, opnieuw in gezelschap van Jack, mijn gezellige en hartverwarmende maat, want als de zon ondergaat zijn de avonden en nachten nog ijzig koud.

Santé!