21 maart 2011

Belevenissen van een Frankrijkpionier (2): beestenboel of een boel beesten?

De dag nadat ik in Valette was gearriveerd, kreeg ik eindelijk de kans om het huis en de bijgebouwen eens zeer uitgebreid aan een onderzoek te onderwerpen en ik moet zeggen: het ziet er allemaal weliswaar goed genoeg uit om het géén beestenboel te hoeven noemen, maar allejézus(!) wat gigantisch veel werk gaat dit nog voor me worden!

De fransen zeggen in zo'n geval  il y a à boire et à manger   wat echter niks met eten en drinken te maken heeft, maar zoveel wil zeggen als: er is van alles en nog wat aan te pakken en het is niet allemaal even leuk. Tja, dat klopt wel zo'n beetje...

...of een boel beesten
Het huis heeft zo'n 15 jaar leeg gestaan, maar omdat door mijn aanwezigheid er nu ineens weer leven in de brouwerij komt, begint een heel andere beestenboel soort voor soort van zich te laten horen. Een opsomming:


In de tweede nacht wordt ik om een uur of één wakker gemaakt door een hoop gefeest boven mijn hoofd: ik denk een buurtbijeenkomst van relmuizen of marters of zoiets, soorten die hier in deze contreien normaal voorkomen. Nou had ik die middag in de keuken alvast de steunbalk van het plafond vrijgemaakt van oude kraaldelen waarbij een pak ongeregeld van 'heb ik jou daar' naar beneden was gekomen en het kan dus best zijn dat ik een gezinnetje of vijf van die makkertjes dakloos had gemaakt.
Enfin, omdat het boven mijn hoofd blijkbaar een besloten club is, ben ik niet uitgenodigd en kan ik ze dus ook niet stiekem op de foto zetten. Maar er wordt in ieder geval druk geschoven met tafeltjes en stoeltjes en ik meen zelfs te horen dat de kleintjes mogen knikkeren, althans dat is wat ik uit de geluiden weet te ontcijferen, want er 'valt' en 'rolt' van alles dat het een lieve lust is. Rond een uur of twee gaat dan blijkbaar het licht uit en wordt de vergadering gesloten. Wat de uitkomst is, weet ik niet, maar dat zal ik ongetwijfeld later wel in het lokale suffertje lezen. Mocht het zo zijn dat ze plannen hebben gesmeed om mijn hoofdkwartier tijdens mijn afwezigheid met geweld in te nemen en mijn opgeslagen proviand te verdonkeremanen, dan komen ze bedrogen uit: vlak voor mijn vertrek barricadeer ik het plafond nog met twee flinke latten zodat ze er niet massaal doorzakken tijdens hun polonaises.

Op de dagen dat het overdag met een beetje zon en uit de wind 's middags even heerlijk buiten uitrusten is van de noeste arbeid, komen talloze salamandertjes nieuwsgierig naar buiten. Die willen ook wel weten welke vreemde snuiter er nu in hún huis bivakkeert! Ze zijn alleen helaas veel te snel om op een foto te vereeuwigen, en ik ben te moe om ze achterna te zitten, blij dat ik zèlf even zit...
Ook de garage ontkomt niet aan de eerste schoonmaak, iets wat in een volgend bericht nog uitgebreid aan bod komt. Als ik de stapel bouwstempels en ander grootmaterieel, die ik afgelopen december daar al had opgeslagen, van hun plek haal, vallen de talloze steenspinnen me al snel op: ze zijn zo groot als tarantula's! Het is onbegonnen werk en eigenlijk ook niet erg aardig om ze allemaal een tik op hun kop te geven, dus sommeer ik ze netjes om het pand te verlaten, en zowaar: ze luisteren en nemen keurig de kuierlatten! "Wèl hopelijk met z'n allen" denk ik nog, maar ik blijf me hier verbazen...

Nadat ik de eerste paar dagen mijn broodproviand flink heb aangesproken omdat pas aan het eind van de week de elektra wordt aangesloten en ik dan kan koken, wordt ik 's ochtends door de buurvrouw uitgenodigd om te komen lunchen. Het blogbericht 'Lunchen op z'n frans' gaat hierover. Die middag rond een uur of één wordt ik enthousiast opgehaald door hun hond, een herder die luistert naar de naam Champion en het (voorlopig) enige dier met een eigen naam, hier in Valette...


Anderhalve dag voor mijn vertrek wordt ik op de valreep geconfronteerd met het vervolg van de mysterieuze bijenkist die de eerste paar dagen onder het keukenraam op het voorplaatsje had gestaan en vervolgens - letterlijk als een dief in de nacht - door de onbekende eigenaar was weggehaald. Ook dit verhaal is al in een eerder blogbericht onder de kop 'Ongenode gasten' uitgebreid uit de doeken gedaan.
Persoonlijk ben ik niet zo gauw bang van bijen en heb ik ooit wel eens eerder een flinke zwerm van een paar honderd van die beestjes ontmoet, maar deze véle duizendtallen waren ook voor mij teveel van het goede en ik moet op een gegeven moment toch ècht rennen voor mijn leven! Als ik naar het huis van de buurvrouw loop, blijf ik zelfs achtervolgd worden door een zeer kwaaie gast, zo één van het soort bommenwerper...
Hoewel ik verschrikkelijk kwaad ben op de eigenaar van de bijenkist die mij door zijn illegale actie dwingt om de anti-guêpes [zeg maar de lokale insecten-verdelgingsfirma] in te schakelen, zorgt deze laatste er gelukkig wèl voor dat ik die nacht enigszins rustig kan gaan slapen. Terwijl ik de foto's maak waarbij de honing nog van het plafond druipt, denk ik bij deze aanblik "dit is niet het soort 'smakelijke' verrassing dat ik vaker in mijn keuken wil aantreffen"...